Hoogsensitief jong-volwassen met Natuur, Bos en Dieren

Auteur: AnneliesGeeraerts

Visgraat of rechte lijn ?

De laatste weken ben ik aan het doe-het-zelven. Mijn thuiskantoor vorm aan het geven, voor mezelf en voor jullie. 

Ik word helemaal wild, in positieve zin, wanneer ik mag inrichten. Mooimaken is mijn ding. Daar leef ik van op, daar word ik gelukkig van, in dat nestje kan ik een ei leggen, daar heb ik talent voor … 

Even wild word ik echter ook van wat er op die momenten in mijn brein-fabriek gebeurt. Weet je wel, de oneindige opties en linken die er worden gelegd? De gps die je naar de zijwegen stuurt… Je weet heel goed – ik blijf beter op de grote baan – er is toch dat stemmetje dat zegt “is dat wel een goed idee hier afslaan”, maar toch: je draait het stuur en voor je het weet zit je daar te tuffen tussen de boomgaarden, achter een tractor, op de trage wegen. Pas op, dat kan mooi zijn, ik ben voor de vertraging, daar kan je van genieten, daar kan je pareltjes ontdekken, rust vinden, … Tot je een tegenligger krijgt, merkt dat je niet op tijd op je bestemming zal geraken of merkt dat dat baantje toch wel heel smal wordt en je niet goed weet waar je gaat uitkomen of op een dood spoor vast komt te zitten en dan de weg niet meer terugvindt… Eek!

Driewerf hoera dus voor het Hoogsensitieve brein! Een krachtige machine. Soms in je voordeel, soms in je nadeel, altijd met een kostprijs, maar het is jouw en mijn brein. 

Ok, terug naar de hoofdweg, het kantoor. “Waarom begin je er niet gewoon aan”, hoor ik dan. Maar als ik aan het ene begin, denk ik al aan het volgende dat daaraan vasthaakt, dat andere dat dan ook eerst moet gebeuren of waar ik al rekening mee moet houden, de keuzes die moeten worden gemaakt en waarvan ik toch eerst wil weten of er dan toch niets mooiers of beters bestaat (ook al heb ik iets moois naar mijn zin gevonden en vaak daar dan uiteindelijk toch voor ga)… 

Gevolgtrekking: het duurt wel efkes. Geef me wat tijd. Elk ‘projectje’ wordt zo megalomaan dat je soms de moed verliest of niet weet hoe er een begin aan te knopen. 

Ik heb geleerd dat het dan inderdaad wel helpt om gewoon al aan iets kleins te beginnen, iets kleins te doen, te doen wat er nu al kan, stapje voor stapje go with the flow. 

Ik heb btw gekozen voor een jungle-toilet. Een ‘groene ervaring’ voor diegenen wiens zenuwstelsel de volgende keer ze op de afspraak zijn zodanig ontspant dat ze even naar het kleine kamertje moeten. Ik hou van groen, planten, … een jungle-toilet is dan een logische keuze. “Word dat niet wat veel”, hoor ik dan bezorgde familieleden zeggen die het work-in-progress volgen. “Zo’n zwart-wit vloertje in 3D met donkergroene tegels én met junglebehang?” “En waarom moeten die tegels in visgraat worden gelegd?! Het is toch veel gemakkelijker wanneer je gewoon kiest voor een rechte lijn.” Ah nee, mijn Hoogsensitief brein ziet, denkt, voelt niet in rechte lijnen en is eerder van het ‘complex’. Dat is helemaal ok en dat komt ook altijd goed heb ik geleerd, met voldoende rust en hersteltijd. We kunnen niet anders dan moeilijk doen, sorry, het wordt tegelen in visgraat in een kleine ruimte. 

Naast Hoogsensitief ben ik ook een koppige doorzetter en een believer in het principe ‘alles komt goed’ en ‘dat gaat niet bestaat niet’. Hoogsensitief zijn is ook altijd maar één stukje van je persoonlijkheid dus daar krijg je van alle boeiende combinaties en zo gelijken we als sensitievelingen evenveel op elkaar als we soms van mekaar verschillen. De natuur heeft berekend dat het voor het overleven van onze soort trouwens aangewezen is dat ongeveer 20% van de menselijke breinen op deze complexe manier werken. De andere werkingen zijn even noodzakelijk en waardevol, maar ze mogen er allebei zijn en de een is niet meer of minder waard dan de ander. 

Soit, we zitten nu al halfweg het tegelen. Ik zie jullie en mezelf daar binnenkort al zitten, genietend in de jungle en op het kantoor, samen aan de slag. Daar word ik nu al vrolijk van. In die complexiteit onze weg vinden, ons brein begrijpen en accepteren, de teugels ervan in handen nemen, … Na het worstelen met het leggen van de visgraat, de schoonheid ervan ten volle omarmen. 

Wil je ook graag doorgroeien in je sensitiviteit? Van een worsteling naar een omarming, van een kwetsbaarheid naar een kracht, terug dichter bij jouw natuur? Schrijf je dan in voor een groepstraject (de volgende groep start 21 januari), een individuele coaching of sensitieve activiteit. 

De winter als verzwaringsdeken

Herfst en winter are coming, dit jaar met een extra pittige corona-saus erover heen. De klok is – bij sommigen met angst in de ogen – een uurtje teruggedraaid.

De meeste dieren hebben hun kinderen het huis uitgezet, de oogst wordt binnengehaald met de energie van de zomer erin opgeslagen. Zaden en noten worden opgesmikkeld. Geen uitbundige indrukwekkende paringsdansen meer, misschien eerder nog een romantisch kamerconcert. Marmotten-tijd, een huiswaarts keren, of het voorbereiden op een diepe slaap.  

Het jaargetijde waar de natuur tot stilstand komt. De vormeloze periode tussen het oude en het nieuwe in. Er mag worden gerust. Het is gepermitteerd, misschien wel broodnodig. 

En toch. Deze natuurlijke beweging van snel naar traag – van buiten naar binnen – voelt in de tegenwoordige tijd soms ‘onnatuurlijk’ aan en creëert al eens wat weerstand. Je wil misschien dit gedeelte liefst helemaal overslaan. De leegte of de koude vermijden, een volledige stilstand voorkomen. 

Ook ik moet me hieromtrent soms bewust even met een zekere strengheid toespreken. Kalm aan Annelies, effe tempo schakelen, ‘vitesseke’ lager. 

Wetende dat tijd en hersteltijd nemen voor HSP’s eigenlijk heel het jaar door een pure noodzaak is. Logisch want je vangt meer op vanuit je omgeving en verwerkt dieper op alle lagen = meer energieverbruik. Toch kan het accepteren van dit ‘feit’ al eens een worsteling zijn. 

Dus: slow down is de boodschap, nu ook zeker wanneer de (en dus ook onze) natuur hier toe uitnodigt. Voorgestelde corona-maatregelen treden de natuur in deze stelling bij. En toch voelt het als een dwang, een gemis, een straf, … 

Ik nodig daarom de winter uit om zich als een verzwaringsdeken over me heen te spreiden. Het verzwaringsdeken is menig HSP misschien gekend als hulpmiddel om het zenuwstelsel te kalmeren en de slaap te vatten als een pro.  

Zo bekeken mag de winter een schuiloord zijn van waaronder je kan verbinden met de rust, de stilte, de leegte, de warmte die je voelt nadat je de koude hebt getrotseerd, de gezelligheid, de huiselijkheid, … 

Maar ook een stevigheid, standvastige druk en steun die uitnodigt om even afstand te nemen, na te denken, op een gek moment misschien zelfs wat te filosoferen over het leven. Het mag een even verdwijnen zijn onder die deken in een tijdelijke tussen-nis tussen sterven en nieuw leven. Even een moment. 

Vanonder die knusse zachte plek, misschien met een boek ter hand, worden evenwel plannen gesmeed, mag al eens vooruit gekeken worden. Niet te wild, maar toch vastberaden en hoopvol. 

Sterk sensitief zal verder groeien, omdat het nu hiertoe ook van mij ten volle de ruimte heeft gekregen. Ik kan het niet laten hier en nu al vooruit te kijken, wat bloembollen in de grond te stoppen, zaadjes of mest uit te spreiden en zo eens te knipogen naar de lente die onwaarschijnlijk zeker komen zal. Dit geeft perspectief, verlangen, warmte, … tot het licht weer terugkeert en de natuur weer fris zal ontwaken. 

De natuur is er trouwens altijd voor je. Ook stil en winterslapend, een spiegel van ijs, luistert en reflecteert ze als ze zachtjes toegesproken wordt. 

Geïnspireerd door het boek : De vier richtingen van Daan van Kampenhout

Annelies en Het Offer aan de Bosgeesten

Het is ‘Week van het bos’, 

Dit afgelopen weekend bracht ik door tussen de bomen, samen met de regen die lekker te keer ging en een groep gelijkgestemde bosmannetjes. Ik volg een opleiding tot ‘Forest Mind Guide’, zodat ik jullie binnenkort grondig kan begeleiden en onderdompelen in een ‘bosbad’. Ik word er nu al gelukkig van met er alleen maar aan te denken. Bosbaden 

Geen beter moment dus voor een vertelseltje over mijn ‘affaire’ met het bos. Een verhaal met de titel ‘Annelies en het offer aan de bosgeesten’. 

Ik ben van Averbode. Averbode = bos. Mijn affaire met het bos begon dus waarschijnlijk al van voor ik een plek en buik koos om in te nestelen. ‘Mijn bos’ is misschien niet zo indrukwekkend wanneer je gaat vergelijken, met de tot in de hemel reikende reuzen als sequoia of mammoetboom, de cipres of een Scandinavisch of Canadees bos dat je ogen vult zover ze kijken kunnen. Maar goed, mijn bos – zo ingesloten, intiem, bescheiden als het is – past mij perfect als een waterproof regenjas. 

Het betreden van het bos is voor mij als de drempel overstappen van een kleurrijke zacht geurende kathedraal. Een beweging van een buiten naar een binnen. Het bos is mijn kerk in feite. Ik ben geen kerkganger, dus ik sluit graag de deur achter me om de wereld waarvan ik kom dan even buiten te parkeren. En dat is als Hoogsensitief Persoon met regelmaat broodnodig.  

De volksverhalen over bosgeesten omschrijven hen al wel eens als geniepige wezens, die het niet altijd goed voor hebben met de mens die hun territorium betreedt. Of die ze beschouwen als speeltje om hun al eens listig goed mee te amuseren. De Japanse natuurgoden ‘Kodama’ trekken door het bos van boom tot boom of nemen hun intrek in een specifieke boom. Wanneer het bos sterft, vallen de kodama uit de bomen en lossen ze op. Kodama, trollen, kabouters, … in levensgevaar, dakloos, spelend of rustend… ik voel met ze mee dezer tijden. 

Wie ze bij ons dan ook mogen zijn, die geesten van het bos, ik voel me eigenlijk altijd zeer welkom en thuis bij hen. Ik bied mijn ego, woorden, verhaal en naam als offer voor deze onstoffelijke wezens. Ik word een lichaam, een vel, een zintuig, een geest, een ziel, een laag die met hen kan verbinden. Geen offer uit angst of vrees. Geen op-offering. Maar een zuivere uitwisseling van zorgzaamheid, inzicht, begrip, liefde, spiegel, plaatsing. 

De bosgeesten zijn wijs. Wanneer ik ze oproep praten ze in beelden. Het beeld van het regenwater dat naar beneden sijpelt als een rivier doorlangs een dikgelaagde schors. Van de boom die omhoog draait een gedeelte dood – ontdaan van zijn beschermende schors – een deel levend dat lustig blijft gaan, met zorgvuldig geplaatste spechtengaten die het dode deel verluchten en er een thuis van maken. We zijn allemaal al levend reeds een stukje dood. De geesten geven me het gevoel van dankbaarheid dat ik kan stapelen als een hoopje esdoornzaadjes op een zaailing. Draagbaar, want daden van dankbaarheid zijn gewichtloos. Ik kijk naar het hoopje dat ik verzamelde en zie hoe klein het is in het grote geheel, maar hoe het toch verschil maakt. Ik sta voor de bosgroep als voor een tribunaal. Ik voel me klein als ze uit de hoogte op me neerkijken. Dan hoor ik ze zeggen, dans je met ons mee op de wind? Ontkramp je wortels. Wortel, stam, kruin, zaad, zaailing… alles is bos, jij bent ook het bos. Ik mag verzinken in een stevige stam en voel me beschermd. Ik luister naar de geluiden en voel de wind, die brengt me met een draai tot in het oneindige universum om dan weer te verstillen, kruipt bij me binnen om even naar mijn hartslag te luisteren en zoeft dan weer met een luide lach weg op de rug van de Vlaamse Gaai. 

Let op. Geen geitenwollensokken-alert, dit is voor mij een van de meest ‘aardse’ dingen om te doen. Stevig op de grond met een luchtig sprongetje hier en daar. Probeer eens een keer, desnoods al eens even stiekem ‘dag boom’ te zeggen en te luisteren of ie terug fluistert. Of bij het binden van je veter of zo even met je handen te steunen op de heerlijk geurende laag herfstbladeren en vruchten. Lach eens naar boven naar al de eekhoorns die naar je zitten te gluren wuivend met hun pluimstaarten. Of groet eens naar beneden naar de ondergrondse schimmels of kruipertjes die het zeker zullen voelen en even hun harde werk zullen staken voor een ahoi terug. Als iemand je vraagt wat je aan het doen bent, zeg je maar ‘ik ben aan het bossen’.

Een offer vanuit een diep respect van een bosvrouwtje aan de geesten. ‘Annelies en Het offer aan de bosgeesten’ is een liefdesverhaal dat voor zeker eindigt met een ‘ze leefden nog lang en gelukkig samen’.   

Pleidooi voor vrijnemigheid

Mijn nichtje van 10 jaar maakte me er onlangs attent op dat ik ‘VRIJNEMIG’ ben. ‘Jij bent vrijnemig meetje’ was haar enthousiaste conclusie, omdat ze me kent en gedreven hoort vertellen over vondsten in de kringloop, een oude kast die ik van mijn zus kreeg en met liefde, tijd en geduld zal opmaken en zorgvuldig een plaatsje in mijn huis zal geven, een geadopteerd boek van een vriend dat ze op de kast ziet staan, … Ik neem ook vrijelijk misschien soms zelfs wat gulzig schoonheid tot mij – uit de natuur, uit boeken, uit verhalen en ervaringen van de ander, … Dat zijn mijn grootste pleziertjes in het leven, in die kleine momenten zit mijn geluk. 

Akkoord, ik ben dus ‘vrijnemig’, and proud of it. 

Wat een heerlijk woord toch ontsproten uit dat fantastische hoogsensitieve brein van haar. De grijze massa die pijlsnel verbanden ziet, mooimaker is, verwerkt en zo nieuwe woorden uitproest die ik met trots vanaf nu zal opnemen in mijn ‘karakteromschrijving’ wanneer iemand er om zou vragen. 

Ik vind dat ik ook van mezelf mag zeggen dat ik ‘VRIJGEVIG’ ben.  Misschien heb ik op materieel vlak niet zoveel te bieden, maar des te meer in zorgzaamheid, creativiteit, gezelligheid, tijd, luisterbereidheid, humor, … 

Vrijgevigheid zou eigenlijk niet mogen bestaan zonder een goede portie vrijnemigheid. Waarom is dat laatste woord dan nog niet zo courant in gebruik? Het is voor menig HSP zelfs echt ‘foute boel’ om het woord alleen nog maar uit te spreken, laat staan er ook naar te handelen in de praktijk. Af en toe kan je de balans wel eens naar de ene of de andere kant doen overslaan. Maar op de lange baan geschoven, komen we toch uit bij dat gevreesde thema van …taderadatadaa … : ‘geven en nemen’ en ‘grenzen stellen’. Meestal zijn we niet té vrijnemig (want dat kan natuurlijk ook), eerder té en dus ja er bestaat zoiets als té vrijgevig zijn. Te vrijgevig in je zorgen voor, je zorgen maken over, je tijd en energie voor anderen, …

Gisteren hadden we ons op de boerderij op een stoeltje neergezet – kijkend naar de kudde. De tekstballonnen boven de ezel-hoofden proberen te vullen met gedachten, gevoelens, zijn, woorden, daden, … is voor ons verkenners van het Ezelsoor een standaard bezigheid. Begeleiding met ezels jongeren. Kijken om vaardig te worden in ‘denken als een ezel’ en om de ‘ezeltaal’ te kunnen verstaan en spreken. ‘Eigenlijk ben ik wel heel goed in lezen van de anderen en verstaan wat ze nodig hebben’, zegt de jongedame die naast me zit. ‘Meestal ga ik dan ook proberen ervoor te zorgen dat ze zich op hun gemak voelen of hen helpen, …want dat is anders toch ‘zielig’, of ‘nodig’ of ‘normaal’ of … ’. Wanneer ik zeg dat de ezels eigenlijk doen aan ‘medeleven met mate(n)’ wil ze met deze idee wel eens gaan experimenteren op school. Hoe doe je dat, wat gebeurt er dan – met de ander, maar ook met mij? De daad wordt door de ezels meteen bij het woord gevoerd, wanneer ezel Caline ons verwelkomt op haar weide, maar daar ongegeneerd ‘vrijnemig’ een kont-krabbel voor in de plaats verwacht en int. De ezel zal trouwens altijd voor hij iets doet – en een ezel doet nooit iets zonder goede reden – een ‘energie-afweging’ maken: wat gaat dit mij kosten en wat levert het mij op. En als een goede ondernemer zorgt hij er voor dat zijn boekhouding op het einde van de maand goed in balans zit. Geen cashflow problemen daar dus (teveel uitgaven, te weinig inkomsten), toch als het dier de keuzevrijheid krijgt. Wanneer ik in de natuur of met dieren ben of werk, is het zoeken naar een evenwicht tussen ‘vrijnemig zijn’ en tegelijk wederkerig ‘vrijgevig’ zijn een belangrijke leidraad. Natuur en Dieren als partner

De natuur geeft en de natuur neemt. En er is geen afstand tussen de natuur en onszelf. De natuur dat ben jij en ik. De natuur daar maken we deel van uit. Hoe ver weg ben jij van jouw natuur? In vrijgevig en vrijnemig zijn? Bij onevenwicht dooft het vuur in je ziel of verdwaal je ver weg van je ware aard. Een hoge kost. Geen iets of ander is dat waard. 

De ‘eikkoning’ en de ‘hulstkoning’

Op deze winderige dag met zwangere donkere wolken bewandel ik het vertrouwde bospad richting ‘mijn’ natuurgebied. Ik nam een gokje en vertrok zonder paraplu of regenjas, in een soort rebellie, alvast bereid om de mogelijke consequenties met trots te dragen. Het pad leidde me in de richting van het verhaal van de ‘Eikkoning’ en de ‘Hulstkoning’. De twee koningen zijn tweelingbroers en tegelijk oude vijanden van elkaar.

Ik geef en ik neem tijdens mijn coaching sessies. Een wisselwerking tussen mezelf, de natuur en omgeving, de dieren op het pad, de mensen waarmee ik onderweg mag gaan…

Deze dag in het bijzonder werd ik geroepen door een mooie eenzame eik die zich pas nu voor het eerst voor mij zichtbaar maakte – misschien net omwille van het licht, geluid, de windrichting van het moment. 

Ik kwam geïnspireerd thuis en nam het boek ‘Tijd voor de natuur’ van Sian Tucker ter hand waar ik onlangs het verhaal las over ‘De Eikkoning’ en de ‘Hulstkoning’.

Een vijandschap tussen die twee dus en toch kunnen ze ook niet zonder elkaar. In het begin van het jaar, tijdens het Wintersolstitium (21 december) vecht de Eikkoning met de Hulstkoning en verslaat hem. De Eik kan vervolgens de eerste helft van het jaar heersen, wanneer de Zon in kracht toeneemt en de dagen langer worden. Tijdens het Zomersolstitium (21 juni) leveren de broers opnieuw strijd. Deze keer triomfeert de Hulstkoning. Terwijl de dagen donkerder en korter worden en de Zon aan kracht verliest, regeert de Hulstkoning totdat het jaar opnieuw naar het licht toedraait. 

Het licht en het donker kunnen niet zonder elkaar. Het ene wordt net zo duidelijk dankzij het andere. Je wordt het gewaar, de aandacht wordt getrokken, je beleeft het, misschien nog zoveel meer net door het contrast, doordat ze zich ‘tegenover’ elkaar opstellen?  

Vandaag is een donkere dag. Grijs van kleur met een briesje dat net niet vriendelijk genoeg is en eerder winderig en koud aanvoelt, ondanks zijn goede bedoelingen. De zwaluwen vliegen onrustig boven mijn hoofd, alsof ze nog dringend iets moeten afwerken vooraleer hun tijd om te gaan naar warmere oorden weer is gekomen. Ze zitten op de wip. Het instant heerlijke gevoel dat ik krijg bij hun verschijning in de lente en zomer, van hun vrolijke gekwetter, alle herinneringen aan vrijheid en openheid die ze triggeren, … werpt een eerste vorm van schaduw… van een naderend vertrek. 

Wat doet het korten van de dagen, ‘de zon die aan kracht verliest’ met jouw sensitieve ziel en lichaam?  We zijn immers gevoelig voor ‘sferen’ en alle lagen ‘gewaarworden-voelen-denken-zijn-doen-relaties en levensverhaal’ zijn met mekaar verbonden. Heeft het ‘impact’?

De schaduw kantelt plots weer om. Zo snel kan het gaan in een hoogsensitief brein. Ik anticipeer al op de heerlijke herfstkleuren en geuren die er aan staan te komen. Op de koude ijsblauwe lucht waar ik intens van kan genieten. Op het heerlijk onder een dekentje ‘cocoonen’ in mijn gezellige ‘hygge’-huisje. Verstillen, vertragen, plannen maken. De grond in de moestuin nog even bezwaren met compost om dan tot rust te komen… ‘tot het jaar weer naar het licht toedraait’. 

Hoe zou de komst van de lente en de zwaluw anders aanvoelen als ze nooit ‘even weg’ zouden gaan. Het is vooreerst hun terugkeer denk ik die ik zo bejubel. 

Misschien is het hoe ik me erin ‘zet’, in de heerschappij en het rijk van de Eikkoning of de Hulstkoning. Er is voor beide leiders immers iets te zeggen. 

‘De eik’ – aka de boom van de dondergoden –  is sterk, hard en duurzaam. Het gezegde luidt dat hij 300 jaar groeit, 300 jaar volwassen is en er 300 jaar over doet om af te sterven. Hij vormt pas vruchten als hij 40 jaar oud is (whoohoo ik ben veertig!). De eik is de boom die het meest door de bliksem wordt getroffen. 

En dan is er in het andere kamp ‘De hulst’. Een vruchtbaarheidssymbool en aka ‘beschermer tegen heksen, lastige kabouters en de duivel’. De bessen van de vrouwelijke bomen geven een instant kerstgevoel, maar zijn giftig als de pest. Winters, maar altijd groen. In de lente schenkt hij kleine witte bloemen, als een vorm van overgave en toenadering aan zijn broer misschien?

Een mooie noot nog om dit verhaaltje mee te eindigen: De broers sterven niet tijdens hun vechtpartijen om het licht en het donker. Ze gaan terug naar de astrale sfeer om de godin Arianrhod met haar zilveren sterrenwiel te dienen en wachten tot de tijd dat hun Solstitium – wedergeboorte daar is. 

De dapper voorzichtige koolmees

Peter Wohlleben, die ons meeneemt in het geheime leven van de bomen, schreef ook het boek ‘Het geheime leven van dieren – op ontdekkingsreis door de natuur’ voor kinderen. 

Heerlijk vind ik het, die kinderboeken over natuur en de dieren. Ik raak er steeds positief door geprikkeld én geïnspireerd. 

Ik deel met plezier volgend wonderlijke weetje, dat in dit boek wordt beschreven. 

Onder het hoofdstuk ‘MOED’ staat er : “Angst en moed horen samen, ook in de dierenwereld.” “Moed betekent: angst voelen en die overwinnen. Dat is soms makkelijker als je samenwerkt.”

En zo volgt het verhaal van de ‘dappere’ koolmezen en de ‘tsjierpers’ met een meer  ‘voorzichtige’ aard. 

De deelnemers van de eerste groep zitten op de eerste rij voor de smakelijke hapjes. Ze zijn er als de mezen bij, vliegen erop af – volle kracht vooruit wanneer een kans zich voordoet.  Groep 2 wacht liever een beetje af, bekijkt de omgeving, denkt even na vooraleer in de actie te schieten… 

Hoogsensitieve personen doen vaak net hetzelfde, een “pauze en check”, zeker in nieuwe of onvoorspelbare situaties is dat hun voorkeurstrategie. 

De ‘voorzichtige’ koolmezen houden niet van drukte. De vogels bij de voederplek maken teveel ruzie en zijn bovendien voor hen té vliegerig. De ‘terughoudende’ mees vindt die drukdoenerij al snel ‘too much’. 

Mag ik ze ‘de hoogsensitieve mees’ noemen (?) beoefent een andere strategie. Ze sluit zich bij voorkeur bij een klein groepje aan met gelijkgestemde/geaarde soortgenoten. Daar is er nauwelijks ruzie en ligt het tempo wat lager. 

Je zou kunnen denken, ja-maar tegen de tijd dat die ‘softy-mezen’ bij het eten zijn geraakt, schiet er niets meer over. WEHEL, dat is niet per sé zo. Die ‘dappere-moedige-snelle’ mezen, zien als ‘vogel zonder kop’ veel over het hoofd of eindigen zonder hoofd doordat ze de omgeving niet scanden op gevaarlijke honden of katten. De ‘voorzichtige’ vogels ontdekken trouwens in struiken nog de zaden van vorige zomer die een wat nauwgezettere blik vragen om gevonden te worden. 

Hoe wonderlijk toch ! En allebei moeten ze er zijn, de ‘dapper voorzichtige’ en de ‘volle kracht vooruit dappere’ mezen, vissen, duiven, … en de ene is niet ‘beter’ dan de andere. De strategie van continue alertheid kost wel veel energie. Waarom is deze groep dan toch bij elke diersoort vertegenwoordigd? 

De natuur heeft ingeschat dat een ratio van 20% ideaal is. 1 op 5 dieren is dus Hoogsensitief. Deze twee verschillende genensporen blijven doorheen de evolutie van onze soorten behouden. Dat kan alleen maar omdat daar goede biologische redenen voor zijn. Het zijn twee strategieën in het voortbestaan bij onzekere levensomstandigheden. Wedden op twee mezen in feite. Als de ene strategie niets zou opleveren, kan het voortbestaan gegarandeerd blijven op grond van de andere alternatieve strategie. 

Herkenbaar? Laat het me dan zeker weten. Het geeft je meteen ook wat woorden de volgende keer iemand je zegt ‘kom eens wat meer uit je kast’. En hoe is het voor jou als ‘vurig ‘High Sensation Seeker’ sensitieveling’? 

De vurig sensitieve zonnebloem

De vurig sensitieve zonnebloem is er al. De eerste. Nog voor de andere soortgenoten in het bloemenveld hun gezicht laten zien, is zij al aan het ‘schijnen’. Enthousiast en vol energie steekt ze haar hoofd boven al het andere uit, zodat ze optimaal kan zien, horen, voelen, zijn. Voorzichtigheid en bedachtzaamheid herkent ze niet. Ze wordt aangetrokken door de wereld, het leven, het doen… Haar hoofd  is weggericht van de zon, naar al het andere wat haar zo aantrekt. 

Ook als je vurig sensitief bent, ben je nog steeds een ‘zonne’bloem en is ‘heliotropisme’, het volgen van het ritme van oost naar west zoals de zon het aangeeft, een ‘natuurwet’? Hoe vind je dan een evenwicht tussen de broodnodige voeding van de prikkels die je aantrekken, jouw innerlijk vuur én voldoende rust en hersteltijd – bijtanken bij de grote bron? Hoe blijf jij de overprikkeling voor? 

Het staren naar en je laten verwonderen door een bloemenveld van tijd tot tijd tijdens een fikse bewuste wandeling kan een begin zijn… 

Ook sommige dieren (en bij uitbreiding dus vermoed ik ook mensen) kunnen heliotropisme vertonen. 

Individuele coaching

Nieuwe website

Momenteel ben ik hard aan het werk om deze nieuwe website mooi vorm, tekst, kleur te geven. Tot binnenkort!

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

Visit Us On InstagramVisit Us On FacebookVisit Us On Linkedin