Peter Wohlleben, die ons meeneemt in het geheime leven van de bomen, schreef ook het boek ‘Het geheime leven van dieren – op ontdekkingsreis door de natuur’ voor kinderen. 

Heerlijk vind ik het, die kinderboeken over natuur en de dieren. Ik raak er steeds positief door geprikkeld én geïnspireerd. 

Ik deel met plezier volgend wonderlijke weetje, dat in dit boek wordt beschreven. 

Onder het hoofdstuk ‘MOED’ staat er : “Angst en moed horen samen, ook in de dierenwereld.” “Moed betekent: angst voelen en die overwinnen. Dat is soms makkelijker als je samenwerkt.”

En zo volgt het verhaal van de ‘dappere’ koolmezen en de ‘tsjierpers’ met een meer  ‘voorzichtige’ aard. 

De deelnemers van de eerste groep zitten op de eerste rij voor de smakelijke hapjes. Ze zijn er als de mezen bij, vliegen erop af – volle kracht vooruit wanneer een kans zich voordoet.  Groep 2 wacht liever een beetje af, bekijkt de omgeving, denkt even na vooraleer in de actie te schieten… 

Hoogsensitieve personen doen vaak net hetzelfde, een “pauze en check”, zeker in nieuwe of onvoorspelbare situaties is dat hun voorkeurstrategie. 

De ‘voorzichtige’ koolmezen houden niet van drukte. De vogels bij de voederplek maken teveel ruzie en zijn bovendien voor hen té vliegerig. De ‘terughoudende’ mees vindt die drukdoenerij al snel ‘too much’. 

Mag ik ze ‘de hoogsensitieve mees’ noemen (?) beoefent een andere strategie. Ze sluit zich bij voorkeur bij een klein groepje aan met gelijkgestemde/geaarde soortgenoten. Daar is er nauwelijks ruzie en ligt het tempo wat lager. 

Je zou kunnen denken, ja-maar tegen de tijd dat die ‘softy-mezen’ bij het eten zijn geraakt, schiet er niets meer over. WEHEL, dat is niet per sé zo. Die ‘dappere-moedige-snelle’ mezen, zien als ‘vogel zonder kop’ veel over het hoofd of eindigen zonder hoofd doordat ze de omgeving niet scanden op gevaarlijke honden of katten. De ‘voorzichtige’ vogels ontdekken trouwens in struiken nog de zaden van vorige zomer die een wat nauwgezettere blik vragen om gevonden te worden. 

Hoe wonderlijk toch ! En allebei moeten ze er zijn, de ‘dapper voorzichtige’ en de ‘volle kracht vooruit dappere’ mezen, vissen, duiven, … en de ene is niet ‘beter’ dan de andere. De strategie van continue alertheid kost wel veel energie. Waarom is deze groep dan toch bij elke diersoort vertegenwoordigd? 

De natuur heeft ingeschat dat een ratio van 20% ideaal is. 1 op 5 dieren is dus Hoogsensitief. Deze twee verschillende genensporen blijven doorheen de evolutie van onze soorten behouden. Dat kan alleen maar omdat daar goede biologische redenen voor zijn. Het zijn twee strategieën in het voortbestaan bij onzekere levensomstandigheden. Wedden op twee mezen in feite. Als de ene strategie niets zou opleveren, kan het voortbestaan gegarandeerd blijven op grond van de andere alternatieve strategie. 

Herkenbaar? Laat het me dan zeker weten. Het geeft je meteen ook wat woorden de volgende keer iemand je zegt ‘kom eens wat meer uit je kast’. En hoe is het voor jou als ‘vurig ‘High Sensation Seeker’ sensitieveling’?