Sterk Sensitief

Hoogsensitiviteit en Prikkelgevoeligheid met Natuur, Bos en Dieren

Annelies en Het Offer aan de Bosgeesten

Het is ‘Week van het bos’, 

Dit afgelopen weekend bracht ik door tussen de bomen, samen met de regen die lekker te keer ging en een groep gelijkgestemde bosmannetjes. Ik volg een opleiding tot ‘Forest Mind Guide’, zodat ik jullie binnenkort grondig kan begeleiden en onderdompelen in een ‘bosbad’. Ik word er nu al gelukkig van met er alleen maar aan te denken. Bosbaden 

Geen beter moment dus voor een vertelseltje over mijn ‘affaire’ met de bos. Een verhaal met de titel ‘Annelies en het offer aan de bosgeesten’. 

Ik ben van Averbode. Averbode = bos. Mijn affaire met de bos begon dus waarschijnlijk al van voor ik een plek en buik koos om in te nestelen. ‘Mijn bos’ is misschien niet zo indrukwekkend wanneer je gaat vergelijken, met de tot in de hemel reikende reuzen als sequoia of mammoetboom, de cipres of een Scandinavisch of Canadees bos dat je ogen vult zover ze kijken kunnen. Maar goed, mijn bos – zo ingesloten, intiem, bescheiden als het is – past mij perfect als een waterproof regenjas. 

Het betreden van het bos is voor mij als de drempel overstappen van een kleurrijke zacht geurende kathedraal. Een beweging van een buiten naar een binnen. De bos is mijn kerk in feite. Ik ben geen kerkganger, dus ik sluit graag de deur achter me om de wereld waarvan ik kom dan even buiten te parkeren. En dat is als Hoogsensitief Persoon met regelmaat broodnodig.  

De volksverhalen over bosgeesten omschrijven hen al wel eens als geniepige wezens, die het niet altijd goed voor hebben met de mens die hun territorium betreedt. Of die ze beschouwen als speeltje om hun al eens listig goed mee te amuseren. De Japanse natuurgoden ‘Kodama’ trekken door de bos van boom tot boom of nemen hun intrek in een specifieke boom. Wanneer het bos sterft, vallen de kodama uit de bomen en lossen ze op. Kodama, trollen, kabouters, … in levensgevaar, dakloos, spelend of rustend… ik voel met ze mee dezer tijden. 

Wie ze bij ons dan ook mogen zijn, die geesten van het bos, ik voel me eigenlijk altijd zeer welkom en thuis bij hen. Ik bied mijn ego, woorden, verhaal en naam als offer voor deze onstoffelijke wezens. Ik word een lichaam, een vel, een zintuig, een geest, een ziel, een laag die met hen kan verbinden. Geen offer uit angst of vrees. Geen op-offering. Maar een zuivere uitwisseling van zorgzaamheid, inzicht, begrip, liefde, spiegel, plaatsing. 

De bosgeesten zijn wijs. Wanneer ik ze oproep praten ze in beelden. Het beeld van het regenwater dat naar beneden sijpelt als een rivier doorlangs een dikgelaagde schors. Van de boom die omhoog draait een gedeelte dood – ontdaan van zijn beschermende schors – een deel levend dat lustig blijft gaan, met zorgvuldig geplaatste spechtengaten die het dode deel verluchten en er een thuis van maken. We zijn allemaal al levend reeds een stukje dood. De geesten geven me het gevoel van dankbaarheid dat ik kan stapelen als een hoopje esdoornzaadjes op een zaailing. Draagbaar, want daden van dankbaarheid zijn gewichtloos. Ik kijk naar het hoopje dat ik verzamelde en zie hoe klein het is in het grote geheel, maar hoe het toch verschil maakt. Ik sta voor de bosgroep als voor een tribunaal. Ik voel me klein als ze uit de hoogte op me neerkijken. Dan hoor ik ze zeggen, dans je met ons mee op de wind? Ontkramp je wortels. Wortel, stam, kruin, zaad, zaailing… alles is bos, jij bent ook het bos. Ik mag verzinken in een stevige stam en voel me beschermd. Ik luister naar de geluiden en voel de wind, die brengt me met een draai tot in het oneindige universum om dan weer te verstillen, kruipt bij me binnen om even naar mijn hartslag te luisteren en zoeft dan weer met een luide lach weg op de rug van de Vlaamse Gaai. 

Let op. Geen geitenwollensokken-alert, dit is voor mij een van de meest ‘aardse’ dingen om te doen. Stevig op de grond met een luchtig sprongetje hier en daar. Probeer eens een keer, desnoods al eens even stiekem ‘dag boom’ te zeggen en te luisteren of ie terug fluistert. Of bij het binden van je veter of zo even met je handen te steunen op de heerlijk geurende laag herfstbladeren en vruchten. Lach eens naar boven naar al de eekhoorns die naar je zitten te gluren wuivend met hun pluimstaarten. Of groet eens naar beneden naar de ondergrondse schimmels of kruipertjes die het zeker zullen voelen en even hun harde werk zullen staken voor een ahoi terug. Als iemand je vraagt wat je aan het doen bent, zeg je maar ‘ik ben aan het bossen’.

Een offer vanuit een diep respect van een bosvrouwtje aan de geesten. ‘Annelies en Het offer aan de bosgeesten’ is een liefdesverhaal dat voor zeker eindigt met een ‘ze leefden nog lang en gelukkig samen’.   

Pleidooi voor vrijnemigheid

Mijn nichtje van 10 jaar maakte me er onlangs attent op dat ik ‘VRIJNEMIG’ ben. ‘Jij bent vrijnemig meetje’ was haar enthousiaste conclusie, omdat ze me kent en gedreven hoort vertellen over vondsten in de kringloop, een oude kast die ik van mijn zus kreeg en met liefde, tijd en geduld zal opmaken en zorgvuldig een plaatsje in mijn huis zal geven, een geadopteerd boek van een vriend dat ze op de kast ziet staan, … Ik neem ook vrijelijk misschien soms zelfs wat gulzig schoonheid tot mij – uit de natuur, uit boeken, uit verhalen en ervaringen van de ander, … Dat zijn mijn grootste pleziertjes in het leven, in die kleine momenten zit mijn geluk. 

Akkoord, ik ben dus ‘vrijnemig’, and proud of it. 

Wat een heerlijk woord toch ontsproten uit dat fantastische hoogsensitieve brein van haar. De grijze massa die pijlsnel verbanden ziet, mooimaker is, verwerkt en zo nieuwe woorden uitproest die ik met trots vanaf nu zal opnemen in mijn ‘karakteromschrijving’ wanneer iemand er om zou vragen. 

Ik vind dat ik ook van mezelf mag zeggen dat ik ‘VRIJGEVIG’ ben.  Misschien heb ik op materieel vlak niet zoveel te bieden, maar des te meer in zorgzaamheid, creativiteit, gezelligheid, tijd, luisterbereidheid, humor, … 

Vrijgevigheid zou eigenlijk niet mogen bestaan zonder een goede portie vrijnemigheid. Waarom is dat laatste woord dan nog niet zo courant in gebruik? Het is voor menig HSP zelfs echt ‘foute boel’ om het woord alleen nog maar uit te spreken, laat staan er ook naar te handelen in de praktijk. Af en toe kan je de balans wel eens naar de ene of de andere kant doen overslaan. Maar op de lange baan geschoven, komen we toch uit bij dat gevreesde thema van …taderadatadaa … : ‘geven en nemen’ en ‘grenzen stellen’. Meestal zijn we niet té vrijnemig (want dat kan natuurlijk ook), eerder té en dus ja er bestaat zoiets als té vrijgevig zijn. Te vrijgevig in je zorgen voor, je zorgen maken over, je tijd en energie voor anderen, …

Gisteren hadden we ons op de boerderij op een stoeltje neergezet – kijkend naar de kudde. De tekstballonnen boven de ezel-hoofden proberen te vullen met gedachten, gevoelens, zijn, woorden, daden, … is voor ons verkenners van het Ezelsoor een standaard bezigheid. Begeleiding met ezels jongeren. Kijken om vaardig te worden in ‘denken als een ezel’ en om de ‘ezeltaal’ te kunnen verstaan en spreken. ‘Eigenlijk ben ik wel heel goed in lezen van de anderen en verstaan wat ze nodig hebben’, zegt de jongedame die naast me zit. ‘Meestal ga ik dan ook proberen ervoor te zorgen dat ze zich op hun gemak voelen of hen helpen, …want dat is anders toch ‘zielig’, of ‘nodig’ of ‘normaal’ of … ’. Wanneer ik zeg dat de ezels eigenlijk doen aan ‘medeleven met mate(n)’ wil ze met deze idee wel eens gaan experimenteren op school. Hoe doe je dat, wat gebeurt er dan – met de ander, maar ook met mij? De daad wordt door de ezels meteen bij het woord gevoerd, wanneer ezel Caline ons verwelkomt op haar weide, maar daar ongegeneerd ‘vrijnemig’ een kont-krabbel voor in de plaats verwacht en int. De ezel zal trouwens altijd voor hij iets doet – en een ezel doet nooit iets zonder goede reden – een ‘energie-afweging’ maken: wat gaat dit mij kosten en wat levert het mij op. En als een goede ondernemer zorgt hij er voor dat zijn boekhouding op het einde van de maand goed in balans zit. Geen cashflow problemen daar dus (teveel uitgaven, te weinig inkomsten), toch als het dier de keuzevrijheid krijgt. Wanneer ik in de natuur of met dieren ben of werk, is het zoeken naar een evenwicht tussen ‘vrijnemig zijn’ en tegelijk wederkerig ‘vrijgevig’ zijn een belangrijke leidraad. Natuur en Dieren als partner

De natuur geeft en de natuur neemt. En er is geen afstand tussen de natuur en onszelf. De natuur dat ben jij en ik. De natuur daar maken we deel van uit. Hoe ver weg ben jij van jouw natuur? In vrijgevig en vrijnemig zijn? Bij onevenwicht dooft het vuur in je ziel of verdwaal je ver weg van je ware aard. Een hoge kost. Geen iets of ander is dat waard. 

De ‘eikkoning’ en de ‘hulstkoning’

Op deze winderige dag met zwangere donkere wolken bewandel ik het vertrouwde bospad richting ‘mijn’ natuurgebied. Ik nam een gokje en vertrok zonder paraplu of regenjas, in een soort rebellie, alvast bereid om de mogelijke consequenties met trots te dragen. Het pad leidde me in de richting van het verhaal van de ‘Eikkoning’ en de ‘Hulstkoning’. De twee koningen zijn tweelingbroers en tegelijk oude vijanden van elkaar.

Ik geef en ik neem tijdens mijn coaching sessies. Een wisselwerking tussen mezelf, de natuur en omgeving, de dieren op het pad, de mensen waarmee ik onderweg mag gaan…

Deze dag in het bijzonder werd ik geroepen door een mooie eenzame eik die zich pas nu voor het eerst voor mij zichtbaar maakte – misschien net omwille van het licht, geluid, de windrichting van het moment. 

Ik kwam geïnspireerd thuis en nam het boek ‘Tijd voor de natuur’ van Sian Tucker ter hand waar ik onlangs het verhaal las over ‘De Eikkoning’ en de ‘Hulstkoning’.

Een vijandschap tussen die twee dus en toch kunnen ze ook niet zonder elkaar. In het begin van het jaar, tijdens het Wintersolstitium (21 december) vecht de Eikkoning met de Hulstkoning en verslaat hem. De Eik kan vervolgens de eerste helft van het jaar heersen, wanneer de Zon in kracht toeneemt en de dagen langer worden. Tijdens het Zomersolstitium (21 juni) leveren de broers opnieuw strijd. Deze keer triomfeert de Hulstkoning. Terwijl de dagen donkerder en korter worden en de Zon aan kracht verliest, regeert de Hulstkoning totdat het jaar opnieuw naar het licht toedraait. 

Het licht en het donker kunnen niet zonder elkaar. Het ene wordt net zo duidelijk dankzij het andere. Je wordt het gewaar, de aandacht wordt getrokken, je beleeft het, misschien nog zoveel meer net door het contrast, doordat ze zich ‘tegenover’ elkaar opstellen?  

Vandaag is een donkere dag. Grijs van kleur met een briesje dat net niet vriendelijk genoeg is en eerder winderig en koud aanvoelt, ondanks zijn goede bedoelingen. De zwaluwen vliegen onrustig boven mijn hoofd, alsof ze nog dringend iets moeten afwerken vooraleer hun tijd om te gaan naar warmere oorden weer is gekomen. Ze zitten op de wip. Het instant heerlijke gevoel dat ik krijg bij hun verschijning in de lente en zomer, van hun vrolijke gekwetter, alle herinneringen aan vrijheid en openheid die ze triggeren, … werpt een eerste vorm van schaduw… van een naderend vertrek. 

Wat doet het korten van de dagen, ‘de zon die aan kracht verliest’ met jouw sensitieve ziel en lichaam?  We zijn immers gevoelig voor ‘sferen’ en alle lagen ‘gewaarworden-voelen-denken-zijn-doen-relaties en levensverhaal’ zijn met mekaar verbonden. Heeft het ‘impact’?

De schaduw kantelt plots weer om. Zo snel kan het gaan in een hoogsensitief brein. Ik anticipeer al op de heerlijke herfstkleuren en geuren die er aan staan te komen. Op de koude ijsblauwe lucht waar ik intens van kan genieten. Op het heerlijk onder een dekentje ‘cocoonen’ in mijn gezellige ‘hygge’-huisje. Verstillen, vertragen, plannen maken. De grond in de moestuin nog even bezwaren met compost om dan tot rust te komen… ‘tot het jaar weer naar het licht toedraait’. 

Hoe zou de komst van de lente en de zwaluw anders aanvoelen als ze nooit ‘even weg’ zouden gaan. Het is vooreerst hun terugkeer denk ik die ik zo bejubel. 

Misschien is het hoe ik me erin ‘zet’, in de heerschappij en het rijk van de Eikkoning of de Hulstkoning. Er is voor beide leiders immers iets te zeggen. 

‘De eik’ – aka de boom van de dondergoden –  is sterk, hard en duurzaam. Het gezegde luidt dat hij 300 jaar groeit, 300 jaar volwassen is en er 300 jaar over doet om af te sterven. Hij vormt pas vruchten als hij 40 jaar oud is (whoohoo ik ben veertig!). De eik is de boom die het meest door de bliksem wordt getroffen. 

En dan is er in het andere kamp ‘De hulst’. Een vruchtbaarheidssymbool en aka ‘beschermer tegen heksen, lastige kabouters en de duivel’. De bessen van de vrouwelijke bomen geven een instant kerstgevoel, maar zijn giftig als de pest. Winters, maar altijd groen. In de lente schenkt hij kleine witte bloemen, als een vorm van overgave en toenadering aan zijn broer misschien?

Een mooie noot nog om dit verhaaltje mee te eindigen: De broers sterven niet tijdens hun vechtpartijen om het licht en het donker. Ze gaan terug naar de astrale sfeer om de godin Arianrhod met haar zilveren sterrenwiel te dienen en wachten tot de tijd dat hun Solstitium – wedergeboorte daar is. 

De dapper voorzichtige koolmees

Peter Wohlleben, die ons meeneemt in het geheime leven van de bomen, schreef ook het boek ‘Het geheime leven van dieren – op ontdekkingsreis door de natuur’ voor kinderen. 

Heerlijk vind ik het, die kinderboeken over natuur en de dieren. Ik raak er steeds positief door geprikkeld én geïnspireerd. 

Ik deel met plezier volgend wonderlijke weetje, dat in dit boek wordt beschreven. 

Onder het hoofdstuk ‘MOED’ staat er : “Angst en moed horen samen, ook in de dierenwereld.” “Moed betekent: angst voelen en die overwinnen. Dat is soms makkelijker als je samenwerkt.”

En zo volgt het verhaal van de ‘dappere’ koolmezen en de ‘tsjierpers’ met een meer  ‘voorzichtige’ aard. 

De deelnemers van de eerste groep zitten op de eerste rij voor de smakelijke hapjes. Ze zijn er als de mezen bij, vliegen erop af – volle kracht vooruit wanneer een kans zich voordoet.  Groep 2 wacht liever een beetje af, bekijkt de omgeving, denkt even na vooraleer in de actie te schieten… 

Hoogsensitieve personen doen vaak net hetzelfde, een “pauze en check”, zeker in nieuwe of onvoorspelbare situaties is dat hun voorkeurstrategie. 

De ‘voorzichtige’ koolmezen houden niet van drukte. De vogels bij de voederplek maken teveel ruzie en zijn bovendien voor hen té vliegerig. De ‘terughoudende’ mees vindt die drukdoenerij al snel ‘too much’. 

Mag ik ze ‘de hoogsensitieve mees’ noemen (?) beoefent een andere strategie. Ze sluit zich bij voorkeur bij een klein groepje aan met gelijkgestemde/geaarde soortgenoten. Daar is er nauwelijks ruzie en ligt het tempo wat lager. 

Je zou kunnen denken, ja-maar tegen de tijd dat die ‘softy-mezen’ bij het eten zijn geraakt, schiet er niets meer over. WEHEL, dat is niet per sé zo. Die ‘dappere-moedige-snelle’ mezen, zien als ‘vogel zonder kop’ veel over het hoofd of eindigen zonder hoofd doordat ze de omgeving niet scanden op gevaarlijke honden of katten. De ‘voorzichtige’ vogels ontdekken trouwens in struiken nog de zaden van vorige zomer die een wat nauwgezettere blik vragen om gevonden te worden. 

Hoe wonderlijk toch ! En allebei moeten ze er zijn, de ‘dapper voorzichtige’ en de ‘volle kracht vooruit dappere’ mezen, vissen, duiven, … en de ene is niet ‘beter’ dan de andere. De strategie van continue alertheid kost wel veel energie. Waarom is deze groep dan toch bij elke diersoort vertegenwoordigd? 

De natuur heeft ingeschat dat een ratio van 20% ideaal is. 1 op 5 dieren is dus Hoogsensitief. Deze twee verschillende genensporen blijven doorheen de evolutie van onze soorten behouden. Dat kan alleen maar omdat daar goede biologische redenen voor zijn. Het zijn twee strategieën in het voortbestaan bij onzekere levensomstandigheden. Wedden op twee mezen in feite. Als de ene strategie niets zou opleveren, kan het voortbestaan gegarandeerd blijven op grond van de andere alternatieve strategie. 

Herkenbaar? Laat het me dan zeker weten. Het geeft je meteen ook wat woorden de volgende keer iemand je zegt ‘kom eens wat meer uit je kast’. En hoe is het voor jou als ‘vurig ‘High Sensation Seeker’ sensitieveling’? 

De vurig sensitieve zonnebloem

De vurig sensitieve zonnebloem is er al. De eerste. Nog voor de andere soortgenoten in het bloemenveld hun gezicht laten zien, is zij al aan het ‘schijnen’. Enthousiast en vol energie steekt ze haar hoofd boven al het andere uit, zodat ze optimaal kan zien, horen, voelen, zijn. Voorzichtigheid en bedachtzaamheid herkent ze niet. Ze wordt aangetrokken door de wereld, het leven, het doen… Haar hoofd  is weggericht van de zon, naar al het andere wat haar zo aantrekt. 

Ook als je vurig sensitief bent, ben je nog steeds een ‘zonne’bloem en is ‘heliotropisme’, het volgen van het ritme van oost naar west zoals de zon het aangeeft, een ‘natuurwet’? Hoe vind je dan een evenwicht tussen de broodnodige voeding van de prikkels die je aantrekken, jouw innerlijk vuur én voldoende rust en hersteltijd – bijtanken bij de grote bron? Hoe blijf jij de overprikkeling voor? 

Het staren naar en je laten verwonderen door een bloemenveld van tijd tot tijd tijdens een fikse bewuste wandeling kan een begin zijn… 

Ook sommige dieren (en bij uitbreiding dus vermoed ik ook mensen) kunnen heliotropisme vertonen. 

Individuele coaching

Nieuwe website

Momenteel ben ik hard aan het werk om deze nieuwe website mooi vorm, tekst, kleur te geven. Tot binnenkort!

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

Visit Us On InstagramVisit Us On FacebookVisit Us On Linkedin