Mijn nichtje van 10 jaar maakte me er onlangs attent op dat ik ‘VRIJNEMIG’ ben. ‘Jij bent vrijnemig meetje’ was haar enthousiaste conclusie, omdat ze me kent en gedreven hoort vertellen over vondsten in de kringloop, een oude kast die ik van mijn zus kreeg en met liefde, tijd en geduld zal opmaken en zorgvuldig een plaatsje in mijn huis zal geven, een geadopteerd boek van een vriend dat ze op de kast ziet staan, … Ik neem ook vrijelijk misschien soms zelfs wat gulzig schoonheid tot mij – uit de natuur, uit boeken, uit verhalen en ervaringen van de ander, … Dat zijn mijn grootste pleziertjes in het leven, in die kleine momenten zit mijn geluk. 

Akkoord, ik ben dus ‘vrijnemig’, and proud of it. 

Wat een heerlijk woord toch ontsproten uit dat fantastische hoogsensitieve brein van haar. De grijze massa die pijlsnel verbanden ziet, mooimaker is, verwerkt en zo nieuwe woorden uitproest die ik met trots vanaf nu zal opnemen in mijn ‘karakteromschrijving’ wanneer iemand er om zou vragen. 

Ik vind dat ik ook van mezelf mag zeggen dat ik ‘VRIJGEVIG’ ben.  Misschien heb ik op materieel vlak niet zoveel te bieden, maar des te meer in zorgzaamheid, creativiteit, gezelligheid, tijd, luisterbereidheid, humor, … 

Vrijgevigheid zou eigenlijk niet mogen bestaan zonder een goede portie vrijnemigheid. Waarom is dat laatste woord dan nog niet zo courant in gebruik? Het is voor menig HSP zelfs echt ‘foute boel’ om het woord alleen nog maar uit te spreken, laat staan er ook naar te handelen in de praktijk. Af en toe kan je de balans wel eens naar de ene of de andere kant doen overslaan. Maar op de lange baan geschoven, komen we toch uit bij dat gevreesde thema van …taderadatadaa … : ‘geven en nemen’ en ‘grenzen stellen’. Meestal zijn we niet té vrijnemig (want dat kan natuurlijk ook), eerder té en dus ja er bestaat zoiets als té vrijgevig zijn. Te vrijgevig in je zorgen voor, je zorgen maken over, je tijd en energie voor anderen, …

Gisteren hadden we ons op de boerderij op een stoeltje neergezet – kijkend naar de kudde. De tekstballonnen boven de ezel-hoofden proberen te vullen met gedachten, gevoelens, zijn, woorden, daden, … is voor ons verkenners van het Ezelsoor een standaard bezigheid. Begeleiding met ezels jongeren. Kijken om vaardig te worden in ‘denken als een ezel’ en om de ‘ezeltaal’ te kunnen verstaan en spreken. ‘Eigenlijk ben ik wel heel goed in lezen van de anderen en verstaan wat ze nodig hebben’, zegt de jongedame die naast me zit. ‘Meestal ga ik dan ook proberen ervoor te zorgen dat ze zich op hun gemak voelen of hen helpen, …want dat is anders toch ‘zielig’, of ‘nodig’ of ‘normaal’ of … ’. Wanneer ik zeg dat de ezels eigenlijk doen aan ‘medeleven met mate(n)’ wil ze met deze idee wel eens gaan experimenteren op school. Hoe doe je dat, wat gebeurt er dan – met de ander, maar ook met mij? De daad wordt door de ezels meteen bij het woord gevoerd, wanneer ezel Caline ons verwelkomt op haar weide, maar daar ongegeneerd ‘vrijnemig’ een kont-krabbel voor in de plaats verwacht en int. De ezel zal trouwens altijd voor hij iets doet – en een ezel doet nooit iets zonder goede reden – een ‘energie-afweging’ maken: wat gaat dit mij kosten en wat levert het mij op. En als een goede ondernemer zorgt hij er voor dat zijn boekhouding op het einde van de maand goed in balans zit. Geen cashflow problemen daar dus (teveel uitgaven, te weinig inkomsten), toch als het dier de keuzevrijheid krijgt. Wanneer ik in de natuur of met dieren ben of werk, is het zoeken naar een evenwicht tussen ‘vrijnemig zijn’ en tegelijk wederkerig ‘vrijgevig’ zijn een belangrijke leidraad. Natuur en Dieren als partner

De natuur geeft en de natuur neemt. En er is geen afstand tussen de natuur en onszelf. De natuur dat ben jij en ik. De natuur daar maken we deel van uit. Hoe ver weg ben jij van jouw natuur? In vrijgevig en vrijnemig zijn? Bij onevenwicht dooft het vuur in je ziel of verdwaal je ver weg van je ware aard. Een hoge kost. Geen iets of ander is dat waard.